Het ontstaan van het Baptisme in Nederland

Naar aanleiding van het boek van ds. J. van Dam: ‘Geschiedenis van het Baptisme in Nederland’.

Als je iets wilt schrijven over het ontstaan van de Baptisten beweging in Nederland dan is er een persoon waar je niet omheen kunt en dat is Johannes Elias Feisser. Geboren in 1805 te Winsum.
Toen Johannes Elias Feisser twee jaar was, verhuisde hij met zijn ouders naar Veendam omdat zijn vader daar rijksontvanger (belastingambtenaar) werd.
De familie Feisser was een welgestelde familie.
Vader Feisser had voor zijn zoon Johannes Elias een roemruchte militaire carrière in gedachten, evenals zijn vader en grootvader en nog wat andere familieleden. Maar het leven van Johannes Elias werd anders geleid. Toen opa stierf, kwam zijn grootmoeder bij hun inwonen in Veendam. Zijn grootmoeder heeft hem in godsdienstige zin opgevoed.
Zij vertelde hem over God en de Here Jezus en ze leerde hem de Bijbel te bestuderen.
Dit resulteerde erin dat Johannes Elias Feisser op 17 jarige leeftijd naar Groningen ging om daar theologie te gaan studeren.

Johannes Elias Feisser was een ijverige leerling. Op 21 jarige leeftijd studeerde hij af als predikant. Na nog een jaar studeren in Leiden schreef hij een proefschrift en promoveerde hij op 22 jarige leeftijd af als Doctor in de Theologie. Hij begon zijn loopbaan als predikant van een Hervormde gemeente in een paar kleine plaatsjes in Friesland aan de Dokkummer Ee.
In 1831 keerde hij terug naar Groningen en werd predikant in Winschoten.

Na twee jaar in Winschoten te hebben gestaan, nam hij een beroep aan in de Friese Hervormde gemeente te Franeker. In Franeker voltrok zich een tragedie in het leven van de jonge dominee Feisser.
Twee van zijn kinderen stierven en kort daarna op 23 jarige leeftijd ook zijn vrouw. Zelf kreeg hij een ontsteking aan zijn oog, waardoor hij bijna blind werd. De dominee had het toen wel even gehad.

Hij vertrok uit Franeker en ging wonen in zijn ouderlijk huis in Veendam.
In alle rust wou hij dit grote verlies en persoonlijk leed verwerken. Maar dat jaar van rust, is beslissend geweest voor zijn hele verdere leven.
Deze periode van nadenken, tot inkeer komen en worstelen met God heeft hem alleen maar verder versterkt in zijn opdracht om het zuivere evangelie te verkondigen.
God gebruikte het lijden van Johannes Elias Feisser om hem duidelijk te maken wat het plan met zijn leven was. Hij neemt dan ook zijn oude beroep van predikant weer op en wordt benoemt in de Hervormde Gemeente te Gasselternijveen. In Gasselternijveen ging het erg goed, de gemeente groeide.
Met name zijn uitspraken over doop en avondmaal deden veel stof opwaaien. De kinderdoop werd door hem afgekeurd en dat kon je niet maken. In 1841 breekt hij definitief met de theologie van die dagen.
Hij preekt in zijn gemeente, dat alleen de volwassendoop door onderdompeling de enige juiste Bijbelse doop is. Dat niet alleen de dominee, maar iedere gelovige heeft de plicht het evangelie te verkondigen en dat alleen maar gelovige mensen aan het avondmaal mochten deelnemen.
De kerkenraad van de Hervormde gemeente is het hier volstrekt niet mee eens en vraagt zich af wat deze man bezielt om zo’n boodschap te verkondigen. Maar Feisser wijkt niet van zijn ingenomen standpunten af, enhij weigert nog langer kinderen te dopen. Ook wil hij niet meer het avondmaal bedienen.

De situatie wordt steeds grimmiger in het anders zo rustige Gasselternijveen.
Na veel geruzie en gediscussieer bemoeit het provinciaal kerkbestuur er zich. Ds. Feisser blijft volharden in zijn ingenomen standpunten. Het provinciaal kerkbestuur besluit op nieuwjaarsmorgen 1844 dat Doctor Johannes Elias Feisser, predikant van de Hervormde Gemeente te Gasselternijveen, uit zijn ambt wordt gezet. Hij staat dan letterlijk met zijn nieuwe gezin op straat. Men sprak schande over de opstandige dominee met zijn rare opvattingen.

Op bescheiden schaal, samen met enkele trouwe medestanders blijft ds. Feisser in Gasselternijveen huissamenkomsten houden. Deze gebeurtenissen in Gasselternijveen bleven natuurlijk niet onopgemerkt.

Het drong zelfs door tot in Hamburg. De daar al tien jaar gevestigde Baptisten Gemeente werd waarschijnlijk geïnformeerd door rondtrekkende kooplieden en schippers. Omdat de opvattingen van ds. Feisser dicht in de buurt kwamen van de opvattingen van de Baptisten in Duitsland, besloten twee vooraanstaande Duitse Baptisten uit de Gemeente Hamburg op bezoek te gaan bij ds. Feisser te Gasselternijveen.
Feisser was zeer verrast dat er twee mensen uit Hamburg bij hem op bezoek kwamen. Hij had op dat moment nog nooit van de Baptisten gehoord. Terwijl er in Engeland al meer dan honderd jaar Baptisten Gemeenten waren, en in Duitsland al zo’n tien jaar, was het in Nederland nog onbekend.
Door de vele gesprekken met de twee Duitse broeders werd Feisser steeds meer gesterkt in zijn opvatting:

  • De kerk moest gefundeerd zijn op de Here Jezus, de Zoon van God
  • De enige juiste vorm van doop is de doop door onderdompeling in het water op belijdenis van je geloof.

Een jaar later, na veel briefwisseling met de Duitse Baptisten, ging ds. Feisser op bezoek bij de Gemeente te Hamburg. Dit bezoek resulteerde erin dat ds. Feisser op zijn terugreis werd vergezeld door een vooraanstaand lid van deze Duitse Gemeente, Julius Kobner.

Na gesprekken met zijn achterban wordt er in Gasselternijveen op dat moment een historisch besluit genomen die voor veel mensen tot zegen is geweest.
Op, waarschijnlijk, een zondag in mei 1845 verzamelde zich een aantal mensen achter de boerderij van Roelof Reiling. Zeven mensen bereidden zich voor en maakten zich op om de doop door onderdompeling te ondergaan; ds. Johannes Elias Feisser, Arend Speelman uit Nieuwe Pekela, Landbouwer Roelof Reiling en zijn vrouw, en de drie broers Jannes, Willem en Hendrik Kruit.
Ze kleedden zich om in de boerenschuur en stapten in het water van een sloot bij de boerderij. Ze werden gedoopt door Julius Kopner.
De eerste zeven mensen waren:
Deze primitieve, ontroerende handeling moet na zo’n lange tijd van onrust, vertwijfeling en tegenwerking, vooral voor ds. Johannes Elias Feisser een geweldig moment zijn geweest.
Over de landerijen van Gasselternijveen klonk het luid en duidelijk:
‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.’

Een groots moment in de geschiedenis van de Baptisten beweging, want na de plechtigheid werd in de boerderij van Roelof Reiling de eerste gemeente van gedoopte christenen gesticht. In de jaren die volgden groeide de kleine gemeente gestaag.
Er werden veranderingen doorgevoerd en nieuwe plannen ontwikkeld.
Maar het belangrijkste was, dat ze naar buiten gingen om mensen te vertellen van de blijde boodschap die ze zelf hadden ervaren.

In 1865 sterft ds. Johannes Elias Feisser in de leeftijd van 60 jaar.

In 1870 zijn er een aantal Baptisten gemeenten ontstaan, waarvan de Baptisten Gemeente Stadskanaal, voortgekomen uit de eerste Gemeente te Gasselternijveen, honderd leden telt.
Onder invloed van een grote groep evangelisten, predikers en gemeenteleden, werden er, vooral in het noorden, nieuwe Gemeenten gesticht.
Vaak vanuit zo’n bestaande gemeente werden nieuwe gemeenten gesticht, doordat leden gingen evangeliseren.
26 januari 1881 is nog een vermeldenswaardige datum.
Op deze dag werd er in Foxhol de ‘Unie van Gemeenten van gedoopte Christenen’ opgericht, later de ‘Unie van Baptisten Gemeenten’.

Rond 1900 telt Nederland 20 Baptisten gemeenten.
En vanaf deze tijd gaat het werk van de Heer in Nederland door en komen er mensen tot geloof en laten zich dopen. Er worden steeds nieuwe gemeenten gesticht.